STORM

 

Daar waar je me ten dans vraagt

In het oog van een vergeten orkaan

Is waar we trouwen zonder beloftes

Daar waar enkel alles is

En niets zich daar van uitsluit.

 

PLANETEN

 

Ik fluister in je oor dat ik al die planeten ben

Maar ook de duisternis die ze met elkaar verbindt

Dat de gehele kosmos

Zich binnenin mij bevindt

 

TEGENPOLEN

 

Soms is het een eindeloze duisternis

Geen zon, geen maan

Geen dag, geen nacht

 

Inmiddels kan ik je vertellen hoe je de hel overleeft

Ook, als ze zich voordoet als de hemel

 

Daar zijn de zon en de maan

Euforisch, betoverend mooi

Bekeken door ogen die zich dagenlang

Niet hoeven te sluiten

 

De wereld is je muze

Je danst met de Duivel

 

Dat is zo'n beetje hoe het gaat

Als je hoog en laag leeft.

 

 

HUTJE OP DE HEI

 

Stenen gooien naar de dag

Verdwijnen met de wind

We zullen nergens wonen

Zodat we overal thuis zijn

Ergens tussen de zon en de maan

Ergens waar alleen jij en ik bestaan.

LUIDRUCHTIGE STILTE

 

We leken doelloos rond te drijven

In een zee van stilte

 

We werden zo leeg en stil van binnen

Dat we zelfs onszelf niets meer te zeggen hadden

 

In plaats van aanwezig te zijn samen met de sterren -en alles daaronder-

Waren we ervoor terug gedeinsd

Hadden we onszelf ervan losgemaakt

 

In plaats van onze wereld te bevatten

Bevatte zij ons,

 

DE WERELDREIZIGER

 

Hij schrijft me brieven vanuit de bergen

Als ik naar hem kijk

Staat de wereld stil

 

'Besta jij echt?' fluistert hij.

 

Terwijl ik dromerig verder mompel

Over van alles

En een beetje niets.

 

 

HET IS AL DONKER

 

Je aanrakingen waaien weg

Met een onheilspellende wind

Ergens naar een zevende dimensie

Waar ik me weer ongewild bevind

Je vingers raken daar niet eens echt mijn huid

En je stem klinkt zo ver weg

Al die dimensies staan tussen ons in

Tot ik ze verleg

 

Er bestaan daar geen verhalen

onvergetelijk mooi of afschuwelijk saai

Geen fijne geluiden of afstotelijk lawaai

 

Eerlijk gezegd bestaat daar helemaal niets

Enkel een koude wind die je ogen doet tranen

 

Die je samen met een lege hemel doet verlangen

Naar al die vanzelfsprekende volle manen.

 

 

LOGEREN

 

Het gras ontdooit pas echt als de sneeuw begint

Zelfs die zwarte plek waar ooit jouw kampvuur brandde

In de zomerwind

 

Ik maakte mislukte koude spaghetti

En jij droeg mijn jas

 

Schaamteloos verraden
Door de tandenborstel

Stekend uit mijn tas

 

Wellicht was het niets geworden

Als ik niet zo ongemakkelijk was.

OP REIS

 

Woestijnzand maakt je wimpers blond

Kietel zachtjes mijn huid als de zon op komt

 

We hijsen onszelf in ongewassen kleren

Zwemmen onszelf schoon in vergeten meren

 

We eten van de aarde en drinken van de bron

Slapen onder de maan en leven onder de zon

 

In een klein huis met een eindeloze tuin op elke plek

Verder heb ik niets nodig

Zolang ik jou maar heb.